Onderwerpen
Home / Artikelen

Meer dan de helft van de masterscripties bevat AI-tekst: wat mag wel en niet

Bijna zes op de tien masterscripties van het afgelopen jaar bevatten tekst die door een chatbot is geschreven. Dat is de uitkomst van een onderzoek van RTL Nieuws naar honderden scripties van twaalf Nederlandse universiteiten, waarover onder meer Erasmus Magazine op 15 oktober 2026 schreef. Het cijfer klinkt als een schandaal, maar voor wie zelf aan een scriptie werkt, is de belangrijkere vraag een andere. Wat mag je eigenlijk wel met AI, en wanneer wordt het fraude?
Student achter een laptop in een universiteitsbibliotheek
Foto: Zoshua Colah via Unsplash
Inhoudsopgave

Wat RTL vond, en hoe hard dat is

RTL liet de scripties controleren met Pangram, een programma dat patronen herkent die typisch zijn voor ChatGPT, Claude en Gemini. In 59 procent van de onderzochte scripties zaten sporen van generatieve AI. In 14 procent kwam meer dan de helft van de tekst van een chatbot, en 6 procent leek vrijwel helemaal door AI geschreven. De Vrije Universiteit en de Universiteit Maastricht deden niet mee, omdat hun scripties niet online staan.

Er zitten twee kanttekeningen aan die je moet kennen. RTL scande per scriptie 3.000 woorden, terwijl een masterscriptie meestal tussen de tien- en twintigduizend woorden telt. En volgens wetenschappers herkent Pangram minder dan de helft van de teksten die volledig door AI zijn geschreven. Dat werkt twee kanten op. Het werkelijke aandeel kan hoger liggen, maar een uitslag van een detector zegt over een individuele scriptie weinig, zoals we eerder uitlegden in ons stuk over hoe betrouwbaar een AI-detector bij je scriptie is.

Onderwijsminister Rianne Letschert was duidelijk in haar reactie. Een scriptie die volledig door AI is geschreven, noemt zij fraude, en ze vraagt instellingen het toezicht te versterken.

Wat je wel en niet mag

Er is geen landelijke regel. Elke universiteit, en vaak elke faculteit of opleiding, bepaalt zelf wat er mag. Dat maakt het verwarrend, maar de richtlijnen lijken in de kern op elkaar. Een goed voorbeeld is de richtlijn van de rechtenopleiding in Utrecht van december 2025, omdat die heel concreet is.

Daar mag je AI gebruiken om te brainstormen over je onderwerp, om bronnen te vinden en, pas nadat je definitieve concept is besproken, om je spelling, grammatica of woordkeus te controleren. Wat niet mag, is tekst, bronnen, argumenten of samenvattingen van literatuur door AI laten maken, en ook je eigen tekst laten herschrijven door AI is verboden. Daarnaast moet je een logboek bijhouden met de datum, de tool, je opdracht aan de AI en waarom je hem gebruikte, elke werkdag een nieuwe versie van je scriptie opslaan en in je methodeverantwoording beschrijven hoe je AI hebt ingezet.

Andere opleidingen zijn soms ruimer, maar het patroon is overal hetzelfde. Hulp bij het denken en zoeken mag vaak wel, het schrijven zelf uitbesteden niet, en je moet altijd open zijn over wat je deed. Weet je het niet zeker, vraag het dan vooraf aan je begeleider. Dat is geen formaliteit, want de regel in je eigen opleiding is de enige die telt.

Waar de grens met fraude ligt

Hoe streng het in de praktijk uitpakt, laten twee recente uitspraken van de Raad van State zien. Op 9 september 2026 bleef de straf staan voor een hbo-student die volgens de examencommissie ongeoorloofd AI had gebruikt. Volgens een samenvatting van de uitspraak wogen meerdere dingen mee. De literatuurlijst bevatte bronnen die niet bestonden of niet klopten, de schrijfstijl week sterk af van haar eerdere werk, en ze kon vragen over de kernbegrippen niet goed beantwoorden.

Op 14 oktober 2026 ging het de andere kant op. In die zaak stonden ook verzonnen bronnen in een scriptie, maar volgens de Raad van State stond niet buiten redelijke twijfel vast dat de student had gefraudeerd. Recht.nl vat het samen als onzorgvuldig gebruik dat nog geen fraude is.

Naast elkaar gelegd zeggen die uitspraken veel. Een verzonnen bron alleen is niet genoeg om fraude te bewijzen, maar een stapel aanwijzingen samen wel. En de vraag die het vaakst beslist, is of je kunt laten zien en uitleggen wat je zelf hebt gedaan.

Daar zit voor mij ook het praktische advies. Houd je logboek en je versies bij, ook als je opleiding er niet om vraagt. Controleer elke bron die een chatbot noemt in de bibliotheek of de databank zelf, want een niet-bestaande bron is in beide zaken het eerste wat opviel. En zorg dat je elke alinea in je scriptie kunt verdedigen in een gesprek. Wie dat kan, heeft weinig te vrezen van een detector. Wie dat niet kan, heeft met of zonder AI een probleem.

Redactie Zendis

Lees meer over onze redactie en werkwijze.